Wanneer regels de hulpverlener hulpbehoevend maken

 

Dat er regels zijn om zaken in goede banen te leiden, is logisch. En dat er regels bestaan waar we ons absoluut aan moeten houden, is al even logisch. Toch bekruipt me soms het gevoel dat het allemaal een beetje te veel wordt. Alsof we zo verstrikt raken in de regels, dat we de weg kwijtraken.

Neem de regels omtrent geluidsoverlast. Na 22.00 uur mag je geen overlast meer veroorzaken. Dat klinkt logisch, maar eigenlijk slaat het nergens op. Je mag namelijk nooit geluidsoverlast veroorzaken — ook niet vóór 22.00 uur. Toch zijn er mensen die dat anders zien. Ze gaan gewoon door, alsof de regel niet voor hen geldt. Dat is hinderlijk, en daarom moet de politie geregeld ingrijpen. Soms helpt een goed gesprek, en soms moet de geluidsinstallatie in beslag worden genomen. Hopelijk leert men er dan van.

Maar geluidsoverlast is slechts één voorbeeld. Regels zijn overal. Ook in de zorg.

Een tijdlang had ik een indicatie waardoor ik onder de zorg van Zorggroep Manna viel. Via hen kreeg ik een woonbegeleidster toegewezen die me hielp mijn leven opnieuw op te bouwen. Jarenlang stond ze naast me, met geduld, begrip en een luisterend oor. Laatst sprak ik haar nog kort. Ik vertelde dat ik een column over die periode wilde schrijven. Dat vond ze goed, maar ze vroeg me haar niet bij haar echte naam te noemen. Dat begreep ik meteen. Daarom noem ik haar hier ‘Anna’.

Door de jaren heen ontstond er een vriendschappelijke band. Ze vertrouwde me dingen toe die tussen ons moesten blijven. Op een dag vertelde ze dat ze zelf bij een psycholoog terecht was gekomen. Niet door de werkdruk, maar door de enorme hoeveelheid regels waar ze zich als woonbegeleidster aan moest houden. Het waren er zó veel dat ze door de bomen het bos niet meer zag. De hulpverlener had zelf hulp nodig.

Ik keek haar verbaasd aan. Anna, die sterke, vriendelijke vrouw die mij door mijn donkerste periode had geloodst? Die me altijd goede raad gaf? Die me op het juiste spoor zette? Dat juist zij vastliep door regels — dat raakte me.

Het inspireerde me om een gedicht voor haar te schrijven. Een gedicht waarin ik verwoordde wat ze voor me had betekend, en hoe ik haar kracht zag. Toen ze het las, zag ik tranen in haar ogen. Ze moest het even laten bezinken. Dat gunde ik haar. Het gedicht was niet emotioneel geladen, maar wel recht uit mijn hart — en recht op de kern.

Ze vertelde dat ze haar werkgever had gevraagd om een administratieve functie. Dat kon. En langzaam drong het tot me door dat dit ons laatste echte gesprek zou zijn. Dat vond ik jammer, maar ik gunde haar de rust. Minder regels, minder druk, meer ademruimte.

Nu, jaren later, staat mijn leven nog steeds stevig op de rails. We hebben nog steeds een vriendschappelijke band. Ze is veranderd in haar werk, maar niet als mens. En dat is wat telt.

Daarom wil ik de leden van de huidige regering het volgende meegeven: Leg hulpverleners, waaronder woonbegeleiders, minder regels op. Geef ze de ruimte om hun werk te doen zoals het bedoeld is: met aandacht, menselijkheid en rust. Daar hebben niet alleen zij baat bij, maar vooral de mensen die door hen geholpen worden.

© John Kukken, alle rechten voorbehouden.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

Rust in een tijd van onrust