Rust in een tijd van onrust

 

In de coronatijd kregen we op een gegeven moment te maken met de beruchte avondklok, waardoor we om 21.00 uur thuis moesten zijn. Er zijn mensen die dat — om zeer begrijpelijke redenen — associëren met de bezetting in de Tweede Wereldoorlog, maar die duistere associatie heb ik niet, daar ik in 1958 geboren ben.

Hierdoor onderging ik de coronatijd op de manier die bij me past. Uitgaan deed ik voor die tijd nauwelijks meer, waardoor het voor mij makkelijk was om voor 21.00 uur lekker thuis te zijn. Als ik mijn huis uit ging, droeg ik braaf een mondkapje, deed mijn boodschappen, sprak met een paar mensen, waarna ik op mijn dooie gemak naar huis liep. Na thuiskomst waste ik altijd mijn handen twintig seconden lang, waarna ik met een goed gevoel de boodschappen uit de tas pakte.

Tijdens de gesprekken die ik toentertijd met verschillende mensen voerde, kreeg ik weleens te horen dat ze zich in hun vrijheid beknot voelden, en dat het hen terug deed denken aan de bezettingsjaren. Dat bezorgde hen een beklemmend gevoel, waardoor ze het idee hadden dat de bezetting weer was teruggekeerd — maar dan in de vorm van een regeringsbesluit dat op dat moment helaas nodig was.

Dat zette me aan het denken, waardoor ik probeerde me in hun situatie te verplaatsen. Hierdoor kreeg ik een bedrukt gevoel, dat me er — vreemd genoeg — juist in sterkte dat de avondklok op dat moment echt nodig was. Niet om mensen te onderdrukken, integendeel zelfs, maar om ze te beschermen, want het coronavaccin waar we nu gebruik van kunnen maken bestond toen nog niet.

Het klinkt misschien gek, maar ik vond de coronatijd voor mij eigenlijk wel een lekker rustige periode. Dat heeft volgens mij te maken met het feit dat ik niet extravert en ook niet introvert ben; ik hang er een beetje tussenin.

Volgens Kitty Herweijer, columniste van het AD, is gebleken dat een derde van de mensen introvert is. Daarmee bedoelt ze niet dat ze zich volledig in zichzelf keren, maar dat ze behoefte hebben om zo nu en dan even alleen te zijn. Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee, want ook ik stel het zo nu en dan op prijs om even alleen te zijn. Maar introverte mensen hebben de pech dat onze samenleving tegenwoordig voornamelijk is ingericht op de behoeften van extraverte mensen: de mensen die permanent ‘aan’ staan en het juist prettig vinden om continu met veel anderen om te gaan.

Daar is natuurlijk ook niks mis mee, maar het continu met veel mensen omgaan en het altijd ‘aan’ staan gaat mij wel wat te ver, omdat ik zo nu en dan gewoon van de rust wil genieten die mijn leven me biedt.

Nu is het zo dat ik een aantal extraverte mensen persoonlijk ken, waardoor ik als het ware voel dat ze constant onder druk staan, en soms denk dat het draadje bij hen een keer gaat knappen. Maar klaarblijkelijk kunnen zij daarmee leven, waardoor ik de boel de boel maar laat en er niks over zeg. Dat is niet alleen beter voor hen, maar ook voor mij — als persoon die niet extravert en niet introvert is.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg