Geef ons Vermeer, niet een testbeeld
Het is gelukt. Het Kunstmuseum in Den Haag deed in de afgelopen zeventig jaar meerdere pogingen om twee werken van Piet Mondriaan samen in het museum te krijgen. Naar verluidt is het volgend jaar zover: dan zijn de laatste twee schilderijen van de beroemde kunstenaar voor het eerst samen te zien in Den Haag.
Ik las drie dagen geleden al over de komst van de twee schilderijen, maar besloot er niet direct over te schrijven. Dat kwam doordat Annemarie en ik nou niet bepaald liefhebbers zijn van het werk van Mondriaan. Ik begrijp heel goed dat er mensen zijn die graag naar zijn schilderijen kijken, zeker liefhebbers van het modernisme.
Maar dat zijn Annemarie en ik dus niet. Wij kijken veel liever naar de schilderijen van de grootmeesters die ons land in de 17e eeuw voortbracht. Denk daarbij uiteraard aan Rembrandt van Rijn — dé ultieme grootmeester — maar ook aan Johannes Vermeer (mijn persoonlijke favoriet), Judith Leyster en Jan Steen. Hun schilderijen zijn levendig, tonen mensen met aanzien, maar laten ook zien hoe gewone mensen destijds in het leven stonden. Vooral Jan Steen en Johannes Vermeer waren daar ware meesters in.
Als we ongewild een keer naar een werk van Mondriaan kijken, krijgen Annemarie en ik weleens het gevoel dat we naar een testbeeld kijken: klinisch, strak, zonder een spoortje emotie. Voor ons heeft het een zeggingskracht van nul. Je zult ons volgend jaar dan ook niet in het Kunstmuseum aantreffen.
Eén ding moeten we echter wel toegeven: de schilderijen van Mondriaan zijn kleurrijk. Maar verder missen ze naar onze mening van alles en nog wat. En áls we al een keer naar een testbeeld willen kijken, dan doen we dat wel op ons tv‑scherm — áls het er al op te zien is.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten