Een excuus dat driekwart eeuw te laat kwam

 

De Molukse gemeenschap heeft er 75 jaar op moeten wachten, maar nu zijn de excuses en de erkenning er dan eindelijk gekomen. Minister-president Rob Jetten sprak ze uit bij de onthulling van het Nationaal Monument Ulu Kora in Rotterdam. Hij zei onder meer: “Nog altijd is het historisch onrecht dat de eerste generatie Molukkers is aangedaan, niet duidelijk genoeg erkend en verwoord.” Dat is volgens mij nog een understatement.

Deze woorden hadden veel eerder uitgesproken moeten worden. Waarom? De eerste generatie Molukkers kwam in 1951 naar Nederland. Volgens de toenmalige regering zou hun verblijf van korte duur zijn, en dus werden ze ondergebracht in Westerbork. Ja, u leest het goed: Westerbork, het voormalige doorvoerkamp dat tijdens de bezettingsjaren door de Duitsers werd gebruikt om Joodse Nederlanders naar vernietigingskampen te deporteren.

De Molukkers, die altijd hadden gestreden voor onafhankelijkheid van het toenmalige Oost-Indië — het huidige Indonesië — werden uitgerekend dáárheen gestuurd. Een plek met een beladen, pijnlijk verleden. En terwijl zij bleven vragen om erkenning en excuses, bleef het stil. Decennialang.

Die stilte escaleerde in de jaren ’70, toen de treinkapingen en de kaping van een school plaatsvonden. De gewelddadige beëindiging daarvan liet diepe wonden achter, zowel in de Molukse gemeenschap als in de Nederlandse samenleving. Dat rechtvaardigt de daden niet, maar het verklaart wel de wanhoop die eraan voorafging. De roep om erkenning werd er alleen maar luider door. En toch bleef het antwoord uit. Ik kan me goed voorstellen dat velen de moed verloren.

Voor mij kreeg dat onrecht een gezicht toen ik als kind Molukse klasgenoten kreeg. Ik raakte bevriend met hen, mocht soms blijven eten, en leerde zo beetje bij beetje hun cultuur kennen — warm, gastvrij, vol trots. Heel soms vertelden hun ouders hoe zij de reis naar Nederland hadden ervaren. Hoe ze dachten dat het tijdelijk zou zijn. Hoe ze hoopten snel terug te keren naar hun geboortegrond om daar hun strijd voor onafhankelijkheid voort te zetten.

Maar het liep anders. Ze hebben hun geboortegrond nooit meer teruggezien. Dat is niet alleen beschamend en oneerlijk, het is mensonterend. Iedereen heeft het recht om ooit terug te keren naar de plek waar zijn wortels liggen.

En nu, 75 jaar later, zijn de excuses en de erkenning er dan toch gekomen. Veel te laat, maar ze zijn er. Laten we daarbij niet vergeten dat ‘te laat’ voor velen betekent dat ze het nooit meer zelf hebben kunnen horen. Toch kijk ik er nu — samen met de Molukse vrienden die ik nog steeds heb — met een tevreden gevoel op terug. Onder het motto: beter veel te laat dan nooit.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

Rust in een tijd van onrust