De Oranje Bril en de Kille Stilte

 

Een paar dagen geleden kocht ik in een tabaksspeciaalzaak in winkelcentrum Deppenbroek een pakje zware shag en een pakje vloeitjes. Nadat ik had afgerekend vroeg de verkoper of ik iets om voetbal gaf, waarna hij een oranjekleurige bril omhooghield. Ik vertelde hem dat ik al jaren geen zier meer om de voetbalsport geef. Hij legde de bril zwijgend terug.

Het is een zaak waar ik wel vaker met plezier kom. De uitbater en diens echtgenote of dochter zijn doorgaans vriendelijk en maken altijd even een praatje. Maar deze keer waren zij er niet, en werd ik geholpen door een personeelslid dat ik niet kende. Ik gaf aan dat ik een pakje zware shag en een pakje vloeitjes wilde. Hij haalde het zwijgend uit de kast en legde het voor me neer.

Nadat ik had gepind, vroeg hij opnieuw of ik iets om voetbal gaf. Ik herhaalde vriendelijk dat ik al jaren niets meer met de sport heb. Toen liet hij die oranjekleurige bril zien. Alleen al de aanblik ervan bezorgde me een innerlijke lach. Hij reageerde wat kortaf met: “Ik ook niet.”

Heel even dacht ik dat ik in hem een bondgenoot had gevonden. Daarom wenste ik hem een prettige avond. Maar in plaats van iets terug te zeggen, draaide hij zich van me af. Daardoor voelde ik me toch een beetje afgeserveerd. Ik liet het van me afglijden en dacht er verder niet meer over na — tot nu.

Waarom reageerde hij zo onvriendelijk? Had hij een slechte dag, of speelde er iets anders? Daar kom ik nooit achter, en dat is prima. Maar ik ben wel van mening dat als iemand je een prettige avond wenst, je ten minste íéts terug moet zeggen. Zeker wanneer je als verkoper in een goedlopende tabaksspeciaalzaak werkt, of welke winkel dan ook. Dat gebeurde niet, en dat is jammer.

Daarom haal ik mijn tabak en vloeitjes de komende tijd maar bij het tankstation om de hoek.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.







Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

Rust in een tijd van onrust