Waarom ik geen meelij heb met de rijken
Het is een bekend gegeven dat veel mensen — ikzelf inbegrepen — zeggen dat we geen meelij hoeven te hebben met de rijken. Zij hebben immers het geld om, zo lijkt het, hun dromen waar te maken. Maar is dat wel zo? Naar mijn mening wel.
Omdat ik uit de arbeidersklasse kom, heb ik nooit tegen de rijken opgekeken. Ik heb altijd voor mijn eigen kostje moeten zorgen, en daar ben ik best trots op. Het gaf me de voldoening die ik als mens nodig had, en nog steeds heb. Nu ik met pensioen ben, kijk ik graag terug op mijn werkzame leven. Dat levert me een tevreden glimlach op.
Bij de rijken ligt dat volgens mij anders. Misschien zie ik het verkeerd, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat zij het toch wat makkelijker hebben dan mensen die, net als ik, uit de arbeidersklasse komen. Zij beschikken vaak over veel geld, waardoor ze dure aandelen kunnen kopen of kunnen investeren in internationaal opererende bedrijven als Shell of Unilever. Daarmee delen ze in de winst van die bedrijven.
Voor de meesten van ons is dat niet weggelegd. Natuurlijk zijn er mensen uit de arbeidersklasse die via beleggingsclubs een beetje geld beleggen, en ja, soms levert dat iets op. Maar meestal mogen ze al blij zijn als ze kiet spelen en er geen verlies is.
Dan zijn er politici die roepen dat de rijken meer belasting moeten betalen. Dat verhaal heb ik al zo vaak gehoord dat ik er niet meer in geloof. Natuurlijk betalen ze belasting over hun inkomen — maar dat doen mensen uit de arbeidersklasse ook. Alleen moeten die er vaak veel harder voor werken. Voor de rijken gaat dat naar mijn mening een stuk makkelijker, simpelweg omdat ze het geld ervoor hebben. Soms zelfs in overvloed. En dan maken ze ook nog gebruik van belastingconstructies die, zacht gezegd, een beetje stinken.
Geef mij dan maar de mensen uit de arbeidersklasse. Zij dragen hun steentje bij, maken over het algemeen geen gebruik van dubieuze constructies en staan opener in het leven. Daar mogen ze best trots op zijn. Sommige rijken pronken dan wel met hun bezittingen, maar missen naar mijn mening toch dat ene gevoel dat iets zegt over saamhorigheid.
Met andere woorden: nee, ik heb geen meelij met de rijken. Niet omdat ik hun rijkdom misgun, maar omdat de kloof tussen rijk en veel minder rijk naar mijn mening te groot is — en alleen maar groter lijkt te worden.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten