Noaberschap bestaat nog — maar in een nieuwe vorm
In een eerdere column schreef ik over het noaberschap. Maar wat betekent het eigenlijk écht, en bestaat het nog wel? Veel mensen denken van niet.
Als rasechte Twent kwam ik in mijn kinderjaren al in aanraking met het fenomeen noaberschap, dat letterlijk burenhulp betekent. Zo is het ook ooit ontstaan. In de geïsoleerde plattelandsgemeenschappen van vroeger waren mensen op elkaar aangewezen, simpelweg omdat er nauwelijks voorzieningen waren. Men hielp elkaar op het land, bij het onderhoud van woningen en bij verhuizingen. Daarnaast waren er sociale verplichtingen rondom begrafenissen, ziektes, huwelijken en geboortes.
Het is een feit dat dit traditionele systeem in de loop van de tijd veranderd is. Daardoor zijn er mensen die geloven dat noaberschap niet meer bestaat. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ben ervan overtuigd dat het noaberschap nog steeds leeft, zelfs in een samenleving die steeds meer geïndividualiseerd lijkt te zijn.
Een klein voorbeeld: een paar dagen geleden was ik in mijn tuin aan het werk. Mijn buurman zag dat, pakte zijn compostcontainer, liep naar me toe en zei: “Ik help je wel even.” Samen hebben we het gras gemaaid en het onkruid gewied. Daarna bood ik hem een kop koffie en een sigaret aan. Hij weigerde — niet omdat hij geen koffie wilde, maar omdat hij niet rookt en naar de tandarts moest. De reden dat hij me hielp, ligt in het feit dat ik hem vorig jaar heb geholpen met het plaatsen van een metalen hek rondom zijn tuin. Dat was hij niet vergeten, en dus klaarden we deze klus samen.
Wat je hieruit kunt concluderen, is dat het noaberschap misschien niet meer in de oude, traditionele vorm bestaat, maar wel in een nieuwe, aangepaste vorm. En daar ben ik als rasechte Twent blij mee, want het noaberschap hoort geschiedkundig gezien bij Twente en zijn inwoners — en het leeft nog steeds, zolang mensen bereid zijn om naar elkaar om te kijken.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten