Mahlers adagietto: een muziekstuk van ongekende schoonheid en emotie
In het midden van de jaren ’90 maakte ik kennis met de muziek van Gustav Mahler. Ik raakte gefascineerd door zijn werk, waardoor ik wilde begrijpen wat de ware betekenis van zijn muziek was — en eigenlijk nog steeds is. Mahler stopte zijn gevoelens in zijn composities op een manier die ook vandaag nog relevant en herkenbaar is.
Als pure metalhead had ik nooit gedacht dat ik aandacht zou krijgen voor klassieke muziek, maar in 1985 gebeurde dat toch. In dat jaar stond ik namens het toenmalige Opera Forum als figurant in drie opera’s op het toneel. Daardoor werd mijn interesse in klassieke muziek aangewakkerd, en groeide er een honger om meer te weten te komen over het genre. Ik verdiepte me in de levens van bekende componisten: Wolfgang Amadeus Mozart, Giuseppe Verdi, Tomasso Albinoni, Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel, Vincenzo Bellini, en last but not least Gustav Mahler — een componist die me ook nu, na al die jaren, nog steeds weet te imponeren.
Het duurde echter even voordat ik Mahlers muziek leerde kennen en waarderen. Het begon met de eerste symfonie, een muziekstuk dat me op dat moment niet erg imponeerde. Ik vond het geen slechte symfonie, maar ik had het gevoel dat het beter kon. Maar toen hoorde ik de tweede symfonie. Die sprak me veel meer aan, waardoor mijn interesse in Mahlers muziek groeide. De derde en de vierde wakkerden dat gevoel nog verder aan, waardoor ik reikhalzend naar de vijfde uitkeek — en die bleek een ware openbaring.
De symfonie begint heel stil, met een trompet die je als het ware van een afstand hoort, waarna het orkest langzaam inhaakt. Er zitten zware, donkere passages in, maar ook delen die bijna dansend en lichtvoetig klinken. Maar toen kwam het Adagietto, en moest ik even slikken. Ik hoorde de muziek niet — ik vóélde haar in iedere vezel van mijn lichaam. Het overmande me, en het zorgde ervoor dat ik mezelf, figuurlijk gezien, diep in de spiegel aankeek. Ik dacht aan mijn leven, aan de dierbaren die ik verloor, aan de dingen die ik had gedaan, én aan de dingen die ik níét had gedaan maar misschien wel had móéten doen. Het Adagietto opende een deur die tot dan toe gesloten was. Een deur die me liet zien wie ik als mens, met al mijn emoties en onvolkomenheden, ben en wil zijn. Daarom raakt dit muziekstuk me nog steeds, elke keer opnieuw.
Maar waarom is het Adagietto zo emotioneel? Het antwoord ligt in de periode waarin Mahler het schreef: hij was verliefd op Alma Schindler, de vrouw met wie hij later trouwde en een dochter kreeg. Hun huwelijk stond later zwaar onder druk — Alma voelde zich steeds meer aan de kant gezet door Mahlers toewijding aan zijn werk — maar officieel scheidden ze nooit. Dat neemt niet weg dat de liefde, de kwetsbaarheid en de hunkering die Mahler in het Adagietto legde, nog altijd voelbaar zijn.
Mahler overleed in 1911 aan de gevolgen van een falende hartklep. Jaren later werd zijn muziek in Nazi-Duitsland verboden omdat hij Joods was, waardoor het daar onmogelijk werd om naar zijn prachtige muziek te luisteren. Gelukkig kwam daar na de Tweede Wereldoorlog verandering in, en kon de wereld opnieuw kennismaken met zijn meesterwerken.
Zo nu en dan duikt er weer een foto van Mahler op. Ik zie dan een man met een zachte, bijna breekbare kant. En in gedachten hoor ik weer het Adagietto — en word ik opnieuw geraakt. Want na al die jaren weet dit muziekstuk me nog steeds te ontroeren op een manier die ik als metalhead zacht heb omarmd, omdat het een schoonheid bezit die rechtstreeks tot de ziel spreekt.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten