De leegte van stoerdoenerij

 

Er zijn mensen die zeggen dat er dagen zijn waarop je stoer moet doen, en er zijn mensen die vinden dat je juist bescheiden moet zijn. Ik behoor duidelijk tot die laatste categorie.

Bescheidenheid is, naar mijn mening, een prachtig woord. Het past bij mij en het zorgt ervoor dat ik me prettig voel. Dat ik bescheiden ben, betekent niet dat ik nooit op de voorgrond treed — dat doe ik juist wél, maar altijd op een manier die niemand tegen het hoofd stoot.

Toch zijn er mensen die vinden dat je soms stoer móét doen. Maar waarom eigenlijk? Stoerdoenerij verbergt volgens mij vooral de zwakheden die iemand heeft. Het heeft geen enkele zin. Door je bescheiden op te stellen en toch naar voren te stappen wanneer dat nodig is, laat je veel overtuigender zien waar je voor staat.

Een paar dagen geleden zag ik bij winkelcentrum Deppenbroek in Enschede een jongeman die met een jonge vrouw sprak. Ik wilde er geen aandacht aan besteden, maar hij gedroeg zich zó overdreven stoer dat mijn blik toch naar hem werd getrokken.

De jonge vrouw — die ik een paar weken eerder bij de apotheek had gezien — keek hem gelaten aan. Af en toe slaakte ze een zucht. Op een gegeven moment zei ze: “Ja, het zal wel,” waarmee ze volgens mij duidelijk maakte dat ze hem niet geloofde. Hij zette nog een tandje bij in zijn stoerdoenerij, waarop zij hem vertelde dat ze belangrijkere dingen te doen had dan naar hem te luisteren.

In het voorbijgaan dacht ik: dit is haar doei‑moment. Ik schudde mijn hoofd en liep het winkelcentrum in.

Toen ik later mijn boodschappen had gedaan, zag ik haar opnieuw. Ze sprak met een andere jonge vrouw over haar ontmoeting met de stoere jongeman. Ongewild ving ik een stukje van het gesprek op.

Hij doet zo stoer, maar in feite stelt hij niks voor. Daar irriteer ik me aan. Hij moet eens leren om gewoon bescheiden te zijn, daar komt hij echt veel verder mee.”

De andere jonge vrouw knikte en zei: “Leer mij Jurgen kennen. Hij schept erover op hoe stoer hij is, terwijl hij gewoon een onzekere 18‑jarige jongen is. Het vervelende is dat hij dat zelf niet ziet — of niet wíl zien.”

Met die woorden sloeg ze de spijker op de kop. De meeste mensen die stoer doen, kunnen of willen hun eigen zwakheden niet zien. Ze houden vooral zichzelf voor de gek.

Met die gedachte liep ik naar mijn auto. Nadat ik de boodschappen had ingeladen, ging ik achter het stuur zitten, slaakte een diepe zucht en dacht: boys will be boys. Met een kleine glimlach reed ik naar huis.

Want er zijn geen dagen waarop je stoer móét doen. Er zijn juist dagen waarop je bescheiden moet zijn. Dat bewees de jongeman — zonder dat hij het doorhad — een paar dagen geleden nog.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

AI mag veel, maar geen presentator spelen