Tien procent gas en een ongemakkelijke waarheid
Door de oorlog die de VS en Israël tegen Iran hebben ontketend, schieten in de rest van de wereld de energieprijzen omhoog. Olie en gas blijken opeens weer goud waard te zijn, omdat deze grondstoffen steeds schaarser worden.
Hoe gaan we daar in Nederland mee om? Niet goed, zo blijkt.
Politici blijven maar zeggen dat we ons voorlopig geen zorgen hoeven te maken. Volgens hen zijn de gasvoorraden op peil en hebben we ook nog genoeg olie.
Het klinkt geruststellend, maar recent onderzoek laat iets anders zien. In de afgelopen winter hebben we namelijk meer gas verbruikt dan in de jaren daarvoor. Het resultaat is dat de gasvoorraad van ons land op dit moment nog maar tien procent bedraagt.
Daarnaast zijn er politici die zeggen dat Nederland vloeibaar gas inkoopt bij onder meer de Verenigde Staten. Uitgerekend bij dat land — één van de landen die de oorlog tegen Iran hebben ontketend — kopen wij nu ons vloeibare gas.
Het is dat we niet anders kunnen, maar het voelt verkeerd. Sterker nog: het voelt zó verkeerd dat ik vind dat we dringend naar alternatieven moeten zoeken. En ja, dat betekent dat we zelfs weer moeten durven nadenken over gaswinning in Groningen. In het uiterste geval breekt nood nu eenmaal wetten en gemaakte afspraken.
De huidige regering zegt dat we daar absoluut niet aan moeten beginnen. Maar ik vraag me af of ze dat nog steeds zullen zeggen wanneer de nood echt aan de man komt. Een betrouwbare energievoorziening is immers een eerste levensbehoefte waar we simpelweg niet zonder kunnen.
Het mag dan ook duidelijk zijn dat ik het gelieg vanuit Den Haag meer dan zat ben. Daarom zou ik het kabinet het volgende willen meegeven: hou op met lullen en begin met poetsen. Zorg ervoor dat de gasvoorraad van Nederland zo snel mogelijk weer op peil komt — desnoods door opnieuw gas uit de Groningse bodem te halen.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten