PTSS zet je niet zomaar even aan de kant

 

Mijn vriendin en ik hebben gisteravond naar een aflevering van de Amerikaanse true-crime-realityserie American Monster gekeken. Dat is op zich niet zo bijzonder, maar wat het deze keer toch bijzonder maakte, is dat de aandoening Posttraumatische stressstoornis erin ter sprake kwam.

Dat trok meteen mijn aandacht, omdat ik een kennis heb die eraan lijdt. Gelukkig krijgt hij zeer goede psychologische begeleiding, waardoor hij er, naar eigen zeggen, dankzij die hulp enige controle over heeft.

Een flink aantal jaren geleden werd hij als beroepsmilitair uitgezonden naar Afghanistan, waar hij voornamelijk patrouilles liep. Tijdens een van die patrouilles liep zijn groep in een hinderlaag. Daarbij verloor hij zes van zijn beste vrienden, terwijl hij zelf zwaargewond raakte. Zijn verwondingen waren zo ernstig dat hij uiteindelijk door de legertop moest worden ontslagen. Terwijl hij in het veldhospitaal lag, kreeg hij bovendien te horen dat zijn moeder aan de gevolgen van kanker was overleden en dat zijn zus daardoor ten einde raad was.

Na enige tijd keerde hij terug naar Nederland om aan zijn revalidatie te beginnen. Tijdens die periode bezocht ik hem vaak. Al snel merkte ik dat hij veranderd was. De eens zo vrolijke man was veranderd in een verbitterde man die moeite had om zijn draai in de samenleving terug te vinden. Hij keek me vaak met lege ogen aan, waardoor ik me soms afvroeg of hij me wel herkende.

Wat hij destijds tegen me zei, sprak echter boekdelen:
Ik heb in één klap de mensen verloren die mij het meest dierbaar waren, en ik kan mijn zus, die ten einde raad is, niet helpen omdat ik zelf ook volledig in de kreukels lig.

Keer op keer vertelde hij mij wat hij had meegemaakt op de noodlottige dag waarop hij en zijn collega’s in de hinderlaag liepen. Ik had daar de grootste moeite mee, omdat ik me sterk in de gevoelens van anderen kan inleven. In gedachten zag ik het telkens voor me: de chaos, de ontreddering en de totale vernedering.

Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om hem te zeggen dat ik me goed kon voorstellen hoe hij zich voelde. Maar dat kon ik niet, want ik was er immers niet bij geweest. Daarom heb ik dat ook nooit tegen hem gezegd.

Wat ik wél kon doen, was naar hem luisteren. Eindeloos luisteren. Er voor hem zijn, want daar had hij behoefte aan. Dat heeft hij me talloze keren laten weten, waardoor ik het gevoel kreeg dat ik op een bepaalde manier tot hem doordrong. Daardoor ontstond bij mij ook de hoop dat het op den duur misschien een beetje beter met hem zou gaan.

Gelukkig bleek dat inderdaad het geval. Hij kreeg de psychologische hulp die hij nodig had, waardoor hij langzaam maar zeker weer een beetje zichzelf werd — met nadruk op een beetje.

Ook tijdens zijn psychologische traject ben ik hem blijven bezoeken, minimaal twee keer per week. Daardoor kon ik met eigen ogen zien dat hij op de goede weg was, al bleef de wetenschap dat een terugval altijd mogelijk is.

Ook in die periode hoorde ik zijn verschrikkelijke verhaal nog meerdere keren. Daardoor weet ik nu één ding heel zeker: PTSS zet je niet zomaar even aan de kant. Het is iets dat altijd bij je blijft — soms sluimerend, soms keihard op de voorgrond tredend, maar altijd aanwezig.

Daarom oordeel ik niet over hem. Hij verdient dat niet, en bovendien heeft hij al zo veel mensen verloren die voor altijd in zijn gedachten zullen blijven.

© John Kukken. 2026, alle rechten voorbehouden.




Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

AI mag veel, maar geen presentator spelen