Wie werkt mag niet arm zijn

 

In een beschaafd land als Nederland zou iedereen die werkt moeten kunnen rondkomen van haar of zijn salaris. Voor de meeste mensen lukt dat ook. Zij hebben weinig moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar voor zo’n 175.000 werkenden geldt dat niet. En juist die groep verdient veel meer aandacht van de politiek dan zij nu krijgt.

Daarom zeg ik tegen Den Haag: haal het hoofd uit het zand, stop met pappen en nathouden, en doe eindelijk iets voor deze mensen.

Van alle werkenden in Nederland houdt ongeveer één op de vijftig na het betalen van vaste lasten te weinig geld over om fatsoenlijk van te leven. Zij worden de werkende armen genoemd. Hun aantal is het afgelopen decennium weliswaar fors gedaald, maar in 2024 werd een zorgwekkende kentering zichtbaar. Dat jaar kwamen er 24.000 arme werkenden bij. Dat is geen detail, dat is een alarmsignaal. Als deze trend zich ook maar enigszins doorzet, zijn we in no time weer terug bij af.

Er is dan ook geen enkele reden om rustig achterover te leunen. Paniek is evenmin nodig. De armoede onder werkenden is namelijk grotendeels op te lossen, mits de politiek niet opnieuw in oude reflexen vervalt.

Die reflex is vaak om direct naar de financiële gereedschapskist te grijpen. Denk aan de tijdelijke energietoeslag voor lage inkomens, bedoeld om stijgende gas- en stroomprijzen te compenseren. Dat is een sympathieke maatregel, maar wel één van tijdelijke aard. Het gevolg is een eindeloze discussie over verlengen of afbouwen, terwijl het onderliggende probleem blijft bestaan.

De overheid kan huishoudens ook structureel helpen door woningen goed te isoleren. Daarmee pak je niet alleen het symptoom aan — torenhoge energierekeningen — maar juist ook de oorzaak: een te hoog verbruik.

Hetzelfde geldt voor mensen die nu te weinig uren kunnen werken om een leefbaar inkomen te verdienen. Goede, betaalbare kinderopvang kan ervoor zorgen dat ouders wél die extra dag kunnen werken. Dat vergroot niet alleen hun inkomen, maar ook hun zelfstandigheid.

Daarnaast is er nog een hardnekkig probleem dat al jaren blijft liggen: wie meer gaat werken, levert vaak direct toeslagen en belastingkortingen in. Ons belastingsysteem schiet op dat punt nog altijd ernstig tekort. Werken meer moet lonen, niet bestraft worden.

De conclusie is helder. Wie wil dat iedereen die kan werken ook daadwerkelijk haar of zijn eigen brood verdient, moet de bodem van onze bestaanszekerheid veel steviger maken. Laat het verschil tussen wel of niet rondkomen niet langer afhangen van een toeslag meer of minder. De oplossingen liggen er al. Het enige wat nog ontbreekt, is politieke wil.

Copyright © John Kukken, 2026. Alle rechten voorbehouden.




Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

AI mag veel, maar geen presentator spelen