Ultrabewerkt of ultralekker?
We horen al een hele tijd dat het eten van ultrabewerkt voedsel niet echt goed voor ons is, en dat we die producten beter kunnen laten staan. Maar de supermarkten liggen er letterlijk vol mee, waardoor we er — naar het lijkt — maar moeilijk aan kunnen ontkomen.
Een kipschnitzel meer of minder? Lekker, laat maar komen. Even bakken in de pan en klaar is Kees. Kippenvlees is lekker én gezond, toch? Nou, volgens een diëtist niet echt. Volgens haar is het een ultrabewerkt product dat ook nog eens verminkt is. Het vlees is flinterdun en bedekt met paneermeel. Leg je het in de pan, dan zuigt dat paneermeel alle vet op.
Maar is dat niet juist oké? Minder vet in je lijf is toch goed, denk ik dan. Ook kwam ze met een verhaal over smeerboter. Volgens haar zijn de meeste soorten boter die we op onze boterham smeren ultrabewerkt. Daarom zouden we beter biologische boter of grasboter kunnen gebruiken, zodat we zeker weten dat de koeien gras hebben gegeten — en wij daarvan profiteren.
Dat kan allemaal wel zijn, maar mijn vriendin en ik zijn daar helemaal niet mee bezig. We dragen allebei een paar pondjes extra mee, bewegen genoeg, eten wat we lekker vinden en genieten van het leven. Wij kijken er niet naar of het voedsel dat we tot ons nemen nu wél of niet ultrabewerkt is, want wij willen er gewoon de volle smaak van proeven om daarna met een voldaan gevoel de avond voort te zetten.
Met andere woorden: de diëtist kan, hoe goed bedoeld ook, zeggen wat ze wil, maar mijn vriendin en ik hebben geen luisterend oor voor haar betoog. Gewoon omdat wij er niet toe bereid zijn om in de supermarkt een halve dag te kijken naar de vraag of het voedsel dat we inkopen nu wél of niet ultrabewerkt is. Dat is misschien niet goed voor ons, maar we genieten er wel van — en laat dat nou juist iets zijn wat voor ons belangrijker is.
© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten