Klaar met wit, toe aan groen

 

Het is door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut aangekondigd: de kans is groot dat het opnieuw gaat sneeuwen. Over een paar uur kunnen we zomaar wakker worden in een witte wereld.

Normaal gesproken heb ik daar geen moeite mee. Maar na alle ellende die we er in het noorden, noordoosten en oosten van het land mee hebben gehad, ben ik er eerlijk gezegd wel een keer klaar mee.

In een eerdere column schreef ik nog dat mijn hond en ik zonder problemen door de sneeuw banjeren. We vermaken ons er meestal prima mee. Een frisse wandeling, knisperende sneeuw onder je schoenen — het heeft absoluut iets.

Maar nu hoeft het van mij niet meer. Laat die sneeuw dit keer maar lekker wegblijven. Want uiteindelijk levert het vooral gladheid en glibberige rommel op.

Op dit moment is het in grote delen van het land nog zacht. De temperaturen schommelen tussen de vijf en tien graden. Toch komt de koudere lucht snel dichterbij. Ik betrap mezelf er al op dat ik overweeg de verwarming een graadje hoger te zetten, want binnen willen we het natuurlijk wel behaaglijk houden.

Voor de echte sneeuwliefhebbers is er waarschijnlijk weinig reden tot juichen: er wordt geen dik pak verwacht. Voor hen jammer, maar voor velen onder ons — en zeker voor ouderen — misschien juist een opluchting.

Ik zeg het maar eerlijk: ik kijk nu al uit naar de lente. Ik wil de natuur weer zien groeien en bloeien. Ik wil de lentegeuren ruiken. En ja, ik wil mijn wasgoed weer buiten aan een droogrek hangen.

Dat klinkt misschien wat ongeduldig — het is tenslotte nog steeds februari, bij uitstek een wintermaand — maar het verlangen naar licht en zachtheid is sterker dan mijn behoefte aan een witte wereld.

Kortom: de sneeuw die ons mogelijk nog te wachten staat, mag van mij best een jaartje overslaan. Ik ben toe aan de lente.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

AI mag veel, maar geen presentator spelen