Gevleid tot het irriteert
Net als velen onder ons ben ik er ook niet vies van om zo nu en dan een compliment toegespeeld te krijgen, maar er zijn grenzen.
Het is altijd leuk om een compliment te krijgen. Nou ja, altijd, meestal dan. Een tijdje geleden was ik aanwezig bij de presentatie van een boek over de geschiedenis van Twente. Na de presentatie die gewoon leuk was, leerde ik een vrouw en een man kennen die mijn columns vaak lezen. Ze waren er vol lof over waardoor ik me er vereerd door voelde, maar op een gegeven moment ging het toch een beetje irriteren.
Ze bleven er namelijk maar over doorgaan dat ze mijn columns zo geweldig en innovatief vonden dat ik de neiging kreeg om de auteur van het boek naar me toe te trekken, zodat ik haar als een soort reddingsboei kon gebruiken.
Ik keek om me heen waardoor ik zag dat ze met andere mensen in gesprek was, waardoor het leek dat de reddingsboei steeds verder van me afdreef. Ik nam nog maar eens een glas cola ter hand, stak een hand op naar personen die ik totaal niet kende, en veinsde zelfs even dat ik nodig naar het toilet moest om voor even van de twee af te komen.
In plaats van naar het toilet te gaan liep ik naar buiten om daar even te genieten van de frisse vervuilde lucht die tot me doordrong. Tijdens het genieten rolde ik een sigaret en dacht ik na over wat ik aan de twee zou zeggen als ik ze in het gebouw weer tegen zou komen.
Op dat moment dacht ik dat het een goed idee zou zijn dat ik over de schilderkunst van Claude Monet zou gaan praten, in de hoop verkerende dat de twee daar geen verstand van zouden hebben.
Eenmaal weer in het gebouw aangekomen kwam ik de twee weer tegen waardoor ik direct over de schilderkunst van Claude Monet begon te praten. Ik vertelde onder meer aan hen dat ik zijn kleurgebruik prachtig vond, en dat ik zijn thema’s ook prachtig vond.
En wéér kreeg ik een compliment, want de twee dachten er ook zo over. Dát was de druppel voor mij. Met een duidelijk gespeelde glimlach op mijn gezicht vertelde ik aan hen dat ik nog even naar een supermarkt moest om daar wat boodschappen te doen. Zelfs dáár kreeg ik een compliment over.
Weer keek ik om me heen om te zien of mijn reddingsboei nog in een gesprek verwikkeld was of niet. Tot mijn grote opluchting zag ik dat ze naar me toeliep, waardoor ik me bij de vrouw en de man op een zo net mogelijke manier verontschuldigde waarna ik naar de auteur van het boek liep.
Ook zij liet aan mij weten dat ze mijn columns had gelezen, en ook van haar kreeg ik een compliment, maar die was heel bescheiden waardoor het eerlijk en oprecht klonk.
Samen liepen we naar de bar waar we over haar boek begonnen te praten. Ze legde me in geuren en kleuren uit hoe het boek tot stand was gekomen, en dat ze er veel moeite voor had moeten doen om de informatie te ordenen. Met het door haar geschreven boek in de hand nam ik afscheid van haar met het voornemen contact met haar te houden. Toen ik even later weer buiten stond, draaide ik me even om waardoor ik zag dat de vrouw en de man een gesprek met haar probeerden aan te gaan. Ik wenste de auteur van het boek op dat moment alle sterkte, want het is leuk om complimenten te ontvangen, maar er zijn grenzen.
Copyright, John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten