Geen BN'er, wel mezelf
Net als iedereen had ik in mijn jeugd ook de nodige dromen. Ik wilde piloot worden én ik wilde daarnaast ook nog even politieagent en een beroemd gitarist worden. Van de eerste twee dromen is niets terecht gekomen, maar de derde droom is voor een heel klein deel uitgekomen.
Ik wilde heel veel in mijn leven, te veel om op te noemen, maar genoeg om even aandacht aan te geven. In mijn jonge jaren stond het als een paal boven water dat ik piloot wilde worden, daar keek ik echt naar uit, want ik wilde avonturen beleven, én ik wilde er ook nog goed voor worden betaald. Dat bleek al snel een droom te zijn die ik op mijn buik kon schrijven daar ik me steeds meer ging richten op de wens om politieagent te worden. Dát leek me echt een te gek beroep, met als resultaat dat ik uiteindelijk te werk werd gesteld in de metaalindustrie.
Dat is nogal een groot verschil met het bestaan van een politieagent, maar laat ik even realistisch in het volgende zijn, het is gewoon realiteit dat ik voor het werken in de metaalindustrie in de wieg was gelegd, waardoor de politieagent in mij al snel uit het vizier verdween.
Overdag werkte ik in een metaalfabriek in Oldenzaal, maar in de avonduren volgde ik gitaarlessen daar ik graag naast een metaalbewerker ook een gitarist wilde zijn. De gitaarlessen gingen dusdanig goed dat ik na een tijdje een aantal vrij gecompliceerde gitaarstukken speelde. Denk daarbij aan de muziekstukken van onder meer Bartolomé Calatayud en Rodrigo. Puur klassiek dus. Maar daar nam ik geen genoegen mee, want ik wilde niet alleen de klassieke gitaarstukken spelen, ik wilde vooral ook rockmuziek op mijn gitaar spelen.
Om die reden verlegde ik, in samenwerking met mijn toenmalige muziekleraar, mijn aandacht naar dat muziekgenre. Ik hoorde de muziek van de glamrockbands Kiss en T-Rex waardoor ik er alles aan deed om het genre onder de knie te krijgen. Ik dacht dat ik het wel even zou doen, maar dat viel toch wel een beetje tegen, daar het genre complexer in elkaar bleek te zitten dan ik dacht.
Ik zette de schouders er echter onder, waardoor ik na lang zwoegen, zweten en bloeden het genre onder de knie kreeg. Een mooie toekomst als gitarist opende zich voor mij, althans, dat dacht ik.
De werkelijkheid zag er echter heel anders uit, ik bleef een metaalbewerker, ging in militaire dienst, zwaaide af, en werd weer metaalbewerker, maar mijn gitaar bleef als het ware aan mij vastgeplakt als een trouwe vriend die me niet in de steek liet.
Ik werkte aan een aantal producties mee, waardoor het er toch op begon te lijken dat ik als gitarist wat kon bereiken. Ik kreeg er een beetje bekendheid door, waardoor ik er een beetje van begon te dromen dat ik een BN’er zou worden.
Maar dat bleek een illusie te zijn, want de producties waar ik aan meewerkte bleken geen succes te zijn, waardoor ik geleidelijk aan ook minder gevraagd werd.
Vind ik dat jammer? Ja, dat vind ik wel jammer. Maar vind ik het ook jammer dat ik geen BN’er geworden ben? Om heel eerlijk te zijn, nee dat vind ik niet jammer, want als je een BN’er bent sta je volop in de schijnwerpers van de media waardoor je niet dat kunt doen wat je echt wil doen, namelijk gewoon leven en doen wat je echt leuk vindt.
Zo nu en dan treed ik nog op, maar dan wel lekker op de achtergrond, zonder onnodig gedoe, maar met mijn gitaar en keyboards, waardoor ik me op het podium goed voel en lekker mezelf kan zijn.
Copyright, John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten