Van kleine leugen tot grote farce majeur
Of we het nu willen of niet, we hebben er dagelijks mee te maken: verhalen waar we uiteindelijk helemaal niets aan hebben. U weet wel, verzinsels. Ze komen veelvuldig voor in de politiek, maar ook onder burgers steken ze hardnekkig de kop op.
We willen allemaal de beste kant van onszelf laten zien, waardoor we er soms niet voor terugdeinzen een klein leugentje te verkondigen.
Ik ben er eerlijk in dat ik me daar zelf ook weleens schuldig aan heb gemaakt. Dat deed ik dan op een dusdanig geraffineerde manier dat ik er bijna zelf in begon te geloven. Het gevolg was dat ik op een gegeven moment geen kant meer op leek te kunnen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik het een en ander recht diende te zetten.
Gek genoeg kostte me dat niet eens zoveel moeite, omdat eerlijkheid gewoon goed voelde. Viel er daardoor een zware last van mijn schouders? Ja, absoluut. Het was tot me doorgedrongen dat het vertellen van verzinsels alleen maar ellende oplevert.
Daar zouden ze in de politiek ook eens naar moeten kijken. Elke keer wanneer ik een politicus hoor praten, neem ik diens woorden inmiddels met een flinke korrel zout.
Om maar een voorbeeld te noemen: Marjolijn Faber. Zij bracht het bijzonder overtuigend dat zij het als minister van Asiel anders zou gaan doen. Ze zou een hardere koers varen, waardoor het moeilijker zou worden om in Nederland asiel aan te vragen.
Ze vertelde het met een volharding die nog steeds in mijn geheugen gegrift staat. Het was juist die vastberadenheid die velen naar haar kant trok, omdat ze geloofden dat zij het écht anders zou aanpakken.
Het kan heel goed zijn dat ze heeft geprobeerd de problemen rond de instroom van asielzoekers in te dammen, maar ze had de pech deel uit te maken van een kabinet dat op geen enkel gebied daadkracht uitstraalde. Het enige wat de leden van het vorige kabinet leken te doen, was elkaar bekritiseren en vooral ruziemaken.
Dat heeft ervoor gezorgd dat veel mensen het vertrouwen in de politiek verloren. Sterker nog: ze zijn de politiek gaan zien als één groot verzinsel waarin ze niet langer geloven. Baart mij dat zorgen? Jazeker. Vooral politici zouden moeten inzien dat het verkondigen van verzinsels niets anders oplevert dan wantrouwen en ellende.
Het zou hen dan ook sieren als ze eens eerlijk naar ons toe zouden zijn. Misschien doen de leden van een toekomstig kabinet dat wél — dat hoop ik vanuit het diepst van mijn hart. Daarnaast hoop ik dat zij het volgende gezegde ter harte nemen: ook al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.
Doen zij dat, dan krijgt een groot deel van de Nederlandse bevolking het vertrouwen in de politiek misschien terug. Doen ze dat om welke reden dan ook niet, dan rest hen slechts de weg naar de wachtgeldregeling, en blijven wij zitten met opnieuw een grote politieke farce majeur.
Copyright © John Kukken, 2025. Alle rechten voorbehouden.
Reacties
Een reactie posten