Online bedreigingen: een plaag tegen de vrije stem
Ik heb er al vaker over geschreven, ik heb er al vaker over gesproken, maar de online bedreigingen nemen helaas noch steeds toe. Dus stel ik me wederom de vraag waarom er mensen zijn die online bedreigingen sturen naar BN’ers en onbekende Nederlanders.
Het is online een ware plaag die, naar het lijkt, niet te stoppen is. Online haat, en online bedreigingen gaan al jaren als het ware hand in hand, waardoor het voor welwillende mensen steeds moeilijker wordt om hun mening op internetfora weer te geven.
Maar waarom zijn er überhaupt mensen die online bedreigingen naar anderen toe uiten? Voelen ze zich door de maatschappij buitenspel gezet, zijn ze in feite een beetje eenzaam waardoor ze zich niet lekker in hun vel voelen, of zit er meer achter? Zijn ze bijvoorbeeld door omstandigheden radicaler geworden, of zijn ze door nepnieuws bevangen geraakt? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat er welwillende mensen zijn die er het slachtoffer van zijn geworden.
Neem nou bijvoorbeeld Lale Gül. De landelijk bekende schrijfster staat erom bekend dat ze haar mening niet bepaald onder de bekende stoelen of banken steekt, waardoor ze op wekelijkse basis aangifte doet wegens zeer ernstige bedreigingen. Dat alles alleen maar omdat ze voor haar mening opkomt. Het moet worden toegegeven dat haar meningen vaak behoorlijk gepeperd van toon zijn, maar dat geeft niemand het recht om haar te bedreigen met de meest erge dingen, want ook zij heeft, net als iedereen het recht om haar mening, gepeperd of niet, te uiten.
Ik schrijf op dagelijkse basis twee of soms meer columns. In die columns geef ik ook mijn mening over de meest verschillende items weer. En ja, sommige van mijn columns zijn vlijmscherp van toon, maar verreweg de meeste columns van mijn hand zijn ook voorzien van de nodige nuance waarmee ik ruimte voor discussie creëer.
Die ruimte moet er naar mijn mening namelijk wel zijn, want alleen op die manier kunnen mensen nader tot elkaar komen om hun kant van zaken duidelijk te maken.
Een paar dagen geleden schreef ik een column over Mona Keijzer en haar manier van politiek voeren. De betreffende column heeft een behoorlijk aantal reacties opgeleverd. Uit de meeste ervan bleek dat mensen het met me eens zijn, maar er zaten er ook een aantal tussen waaruit bleek dat mensen het niet eens met mijn uitlatingen waren.
Die reacties waren niet bedreigend, maar zetten mij wel aan het denken, want stel dat ze wél bedreigend waren geweest, hoe zou ik me dan hebben gevoeld? Zou ik me in mijn schulp terug hebben getrokken, of zou ik, net als Lale Gül helaas wekelijks moet doen, er aangifte van doen?
Ik zou me er zeer ellendig door voelen, maar ik zou me niet in mijn schulp terugtrekken, én ik zou er zeker aangifte van doen, want iedereen heeft het recht om voor de eigen mening op te komen, en niemand heeft het recht om mensen om die reden te bedreigen daar dat ondermijnend werkt.
Kortom: net als Lale Gül blijf ik opkomen voor het recht van vrije meningsuiting, maar dan wél op mijn eigen manier, met nuance, warmte, meelevendheid en ruimte tot discussie, want dat is de enige manier om nader tot elkaar te komen.
Copyright, John Kukken, 2025, alle rechten voorbehouden
Reacties
Een reactie posten