Stemplicht of stemrecht? Mijn protest is mijn stem

 

In 1970 werd de stemplicht afgeschaft, waardoor de opkomstcijfers daarna drastisch afnamen. Bekend feit is dat democratie het beste gedijt als iedereen zijn stem laat horen. Ik hoor om die reden steeds vaker dat mensen van mening zijn dat de stemplicht weer terug moet komen, maar is dat wel een goed idee, druist dat niet in tegen ons democratisch recht om niet te stemmen?

Laat ik even heel duidelijk in het volgende zijn: ik ga op 29 oktober niet naar de stembus daar ik alle vertrouwen in de politiek kwijt ben, maar dat wil niet zeggen dat het me niet meer interesseert, sterker nog, mijn interesse in de politiek is op dit moment groter dan ooit, daar ik, net als iedereen, er elke dag mee te maken krijg.

Tot 1970 was het de normaalste zaak van de wereld dat je elke vier jaar braaf naar de stembus ging om daar je stem uit te brengen op de partij waar je waarschijnlijk altijd al op stemde. Maar spontaan gebeurde dat in de meeste gevallen niet, omdat je verplicht was je stem uit te brengen, zonder dat je er iets voor terugkreeg, want luisteren naar de kiesgerechtigden deden politici toen ook al niet.

Voordat ik voor de eerste keer mijn stem uitbracht vertelde mijn moeder aan mij dat ik niet op de PvdA mocht stemmen, waardoor ik aan haar liet weten dat ik dat niet zou doen, maar het stiekem toch deed, daar het juist die partij was die mij het meest aansprak. Dat had te maken met het charisma van Joop den Uyl en de standpunten waar diens partij in die tijd voor stond. Nadat ik mijn stem uit had gebracht vertelde ik aan mijn moeder dat ik op de PvdA had gestemd, waarop ze mij zwijgend, maar duidelijk boos aankeek, want zij had het CDA voor mij in gedachten.

Ik trok me daar niet veel van aan, want door te gaan stemmen had ik aan mijn plicht voldaan waardoor ik weer verder ging met mijn leventje dat voornamelijk op de toekomst gericht was. Toen ik voor de eerste keer ging stemmen bestond de stemplicht niet meer, maar ik voelde het als mijn plicht om te gaan stemmen, omdat ik dacht dat ik dan zeggenschap in de Nederlandse politiek zou hebben. Dat bleek al snel een illusie te zijn, maar dat weerhield me er niet van om elke vier jaar braaf naar de stembus te gaan om op de PvdA te stemmen, want ik was toen al een links georiënteerd persoon.

In de loop der jaren zag ik echter dat het politieke klimaat in Nederland langzaam maar zeker veranderde, met name in de tijd van de opkomst van de Centrum Democraten van Hans Janmaat, een partij die allesbehalve democratisch was, waardoor ik die partij nu als voorloper zie van de LPF en de PVV.

Van geschreeuw en geruzie was er toentertijd in de politiek nog geen sprake. Er was wel stevige concurrentie, met name tussen de VVD en de PvdA. Ik herinner mij nog goed dat Hans Wiegel en Joop den Uyl tijdens een politieke bijeenkomst naast elkaar aan een tafel zaten. De contrasten tussen beide partijen en diens voormannen konden niet groter zijn. Hans Wiegel liet duidelijk weten dat hij het niet eens was met het beleid van de PvdA, waardoor hij het volgende zei: ,,Sinterklaas bestaat. Daar zit hij!” Terwijl hij dat zei wees hij duidelijk in de richting van Joop den Uyl, die het met een glimlach aanschouwde.

In die tijd hadden politieke partijen nog een duidelijke visie, een duidelijke boodschap, een heldere blik op zaken, er dan vooral, achteraf gezien, op hun eigen belangen, waardoor ik er steeds meer aan begon te twijfelen of ik er goed aan deed om te gaan stemmen.

Toch ben ik in de jaren erna gewoon blijven stemmen, zij het wel met steeds gemengdere gevoelens, want ik raakte toen al stukje bij beetje steeds meer het vertrouwen in de politiek kwijt.

Toen verscheen Pim Fortuyn te tonele. Hij ging strak in tegen de toen gangbare politieke gewoontes, waardoor mijn geloof en vertrouwen in de politiek weer een beetje toenam. Ik was het op vele punten niet met hem eens, maar was wel van mening dat hij een kans verdiende. Die kans heeft hij echter nooit gekregen daar hij op een gegeven moment door Volkert van der G. op een parkeerplaats van het Mediapark vermoord werd omdat hij afwijkende politieke idealen voor Nederland voor ogen had.

De moord op Pim Fortuyn had tot gevolg dat er een grote onrust in Nederland uitbrak waardoor protestbijeenkomsten zeer gewelddadig werden. Ik zie de beelden nog helder voor me, vechtende gefrustreerde mensen, charges uitvoerende ME’ers, totale vernietiging, chaos, ontreddering, moedeloosheid, machteloosheid en ontgoocheling, een krachtige mix voor geweld. En wat deed de politiek? Doorgaan op het pad waarop ze al jaren liepen, niet luisterend naar de kiesgerechtigde burger, maar enkel luisterend naar hun eigen belang.

Dit sluimerde nog jaren bij mij door, waardoor het leek dat ik de politiek, ondanks alles, tóch voor lief nam en gewoon doorging met mijn leven. Daar kwam een paar jaar geleden duidelijk verandering in toen bleek dat het voor politici steeds ‘normaler’ werd om elkaar tijdens vergaderingen de huid vol te schelden en te beledigen.

Dit brengt mij weer terug naar de vraag die ik aan het begin van deze column stelde: is het verstandig om de stemplicht te herinvoeren? Antwoord: nee, natuurlijk niet, want stemmen is een democratisch recht, het uit protest niet stemmen trouwens ook, en aan die kant sta ik nu al een tijdje, want mijn protest is mijn stem.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Loslaten is ook liefde

Het briefje dat me stil kreeg

AI mag veel, maar geen presentator spelen