Een Goede Vrijdag vol Verbazing

 

Vanochtend stonden Annemarie en ik weer eens in een filiaal van de grootste supermarkt van ons land om boodschappen te doen. Het was er een drukte van belang; we hoefden ons nog nét niet door de mensenmassa heen te wurmen. Die drukte verbaasde me, tot ik me realiseerde dat het Goede Vrijdag was, de vrijdag voor het Paasweekend.

Toen ik onze auto op de parkeerplaats van winkelcentrum Deppenbroek parkeerde, zag ik al dat het bommetjevol stond. Ik verbaasde me erover dat ik überhaupt nog een plekje vond. Ik liet mijn verbazing aan Annemarie zien. Ze keek me aan, zei niets, slaakte alleen een diepe zucht en stapte uit.

In de supermarkt werd mijn verbazing alleen maar groter. De drukte was naar mijn mening ongekend, waardoor ik dacht dat we er een eeuwigheid over zouden doen om de boodschappen in de winkelwagen te krijgen. Nog steeds zei Annemarie niets. Ze keek op het boodschappenbriefje en haalde langzaam maar zeker de eerste producten uit de schappen.

Nadat ze die in de winkelwagen had gelegd, keek ze me weer zwijgend aan. Ik keek haar niet-begrijpend terug.

Na de vleeswaren liepen we naar de frisdranken. Ook daar haalde ze de flessen langzaam uit de schappen, waardoor mijn onbegrip alleen maar toenam.

Daarna waren de koekjes aan de beurt, waar ze al even traag te werk ging. Omdat we toch bij de koekjes waren, pakte ik een zak koffiepads. Annemarie liet me weten dat we die niet nodig hadden — we hadden er thuis nog genoeg. Dus zette ik ze maar weer terug.

Bij de kaasafdeling ging het net zo langzaam. Ik dacht dat we ook nog een volkorenbrood nodig hadden, dus legde ik dat in de winkelwagen. Annemarie gaf me een goedkeurende blik.

Plotseling zei ze dat we ook nog fruit nodig hadden. Dus sjokten we langzaam naar de fruitafdeling. Nadat ze dat had gepakt, bedacht ze dat we ook nog shampoo nodig hadden. Ik slaakte een diepe zucht; dat gesjok door de supermarkt was een aanslag op mijn conditie.

Toen we eindelijk alles hadden verzameld, liepen we naar de zelfscankassa. Ik dacht dat we daar tenminste snel klaar zouden zijn. Dat bleek een illusie: het apparaat meldde dat er een steekproef zou plaatsvinden. En weer slaakte ik een diepe zucht.

Een jonge vrouw kwam de inhoud van onze winkelwagen controleren. Ze deed dat zorgvuldig maar snel, waardoor ik opgelucht ademhaalde.

Toen we weer bij de auto waren, keek Annemarie me aan. “Je bent verbaasd dat het zo druk is, maar besef je wel dat het vandaag Goede Vrijdag is, de vrijdag voor het Paasweekend?”, vroeg ze met een lichte ironie in haar stem.

Op dat moment kon ik me wel voor het hoofd slaan. Met die gedachte stapte ik achter het stuur. Het was inderdaad een goede vrijdag om een heerlijk weekend mee te beginnen.

© John Kukken, 2026, alle rechten voorbehouden.



Reacties