Politiek wegkijken is geen kunst, het is een misdaad tegen de werkelijkheid

 

Terwijl de wereld brandt en burgers ten onder gaan aan bureaucratie en onverschilligheid, blijft Den Haag staren naar de eigen schaduw, daarvoor hoeven we alleen maar naar het toeslagenschandaal te kijken. Een hele tijd deed deden de politici er niks tegen, waardoor de ellende voor vele duizenden mensen bijna ondraaglijk werd. Pieter Omtzigt besteedde er op een gegeven moment aandacht aan, waardoor de politici in Den Haag eindelijk wakker werden geschud en iets ondernamen wat een beetje op actie leek.

Dat had tot gevolg dat er een wirwar aan regels werd opgesteld waardoor de slachtoffers nog meer in de knel kwamen te zitten dan ze al zaten, en ze nog meer in nood kwamen te zitten.

Ik bekeek het een en ander van afstand, waardoor ik steeds meer het idee kreeg dat de politici niet veel meer dan een paar klunzen waren die er absoluut niet van op de hoogte waren van wat er echt in het land speelde: verstopte armoede en discriminatie jegens de slachtoffers.

Dat Pieter Omtzigt er aandacht aan besteedde is mooi en aardig, maar toen hij de opgestelde regels zag moet ook hij hebben gedacht dat er geen doorkomen aan was, waardoor hij op een gegeven moment de handdoek in de ring gooide. Men zei toen dat zijn gezondheid ermee te maken had, en dat is misschien ook wel zo, maar ik weet bijna wel zeker dat het toeslagenschandaal er ook mee te maken had.

Ik noem het toeslagenschandaal ‘verstopte armoede’ daar de overheid er alles aan deed om het in een heel donker hoekje te verstoppen, waardoor het wegkijken steeds meer in de mode kwam. Hierdoor kwamen de slachtoffers in een steeds kwader daglicht te staan, waardoor ze zelfs ‘fraudeur’ werden genoemd, terwijl ze dat zeker niet waren.

Daarom zeg ik nu het volgende: wegkijken is geen kunst, doorpakken ook niet, maar de politici moeten dat laatste wel willen, en daar ontbreekt het volgens mij aan, want ik zie in Den Haag geen beweging in de goede richting, maar hoor wel een stilte die oorverdovend is.

Nu we in de campagneweek zitten vliegen de politieke beloften ons weer om de oren die bij mij het ene oor ingaan en het andere oor uitgaan, want het zijn beloften die ze niet waar kunnen, en misschien zelfs wel niet willen waarmaken.

Neem nou de wooncrisis. Iedere politieke partij zegt nu dat er onder hun bewind veel huizen bij gebouwd zullen worden. Hoe willen ze dat doen dan? Ze kunnen de plannen die ze op het gebied van de wooncrisis hebben wel ten uitvoer willen brengen, maar ik garandeer ze dat een rechter daar een stokje voor gaat steken, daar de stikstofcrisis nog steeds bestaat. Daar hoor ik de campagne voerende politici niet over.

Nu hoor ik mensen zeggen dat de stikstofregels dan maar af moeten worden geschaft, terwijl ze weten dat een rechter ook daar een stokje voor gaat steken, waardoor het probleem maar voort blijft bestaan. Om die reden is het aan de wetgever, het toekomstige kabinet dus, om daar veel meer aandacht aan te besteden, en dat betekent dus dat er niet meer weggekeken moet worden, maar dat er eindelijk krachtig moet worden doorgepakt, maar dat lijkt voor vele politici een universitair vak te zijn die ze niet begrijpen, of willen begrijpen.

Reacties